Gedicht (1941) van

Marianne Moore (1862-1947)

uit Collected Poems 1955,

ed. the macmillan company NY

 

What are years ?

What is our innocence,

what is our guilt?

All are naked,

none is safe.

And whence is courage:

the unanswered question,

the resolute doubt, -

dumbly calling,

deafly listening-

that in misfortune,

even death,

encourage others

and in it's defeat,

stirs the soul to be strong?

He sees deep and is glad,

who accededs to mortality

and in his imprisonment

rises upon himself

as the sea in a chasm,

struggling to be free

and unable to be,

in its surrendering

finds its continuing.

So he who strongly feels,

behaves.

The very bird,

grown taller as he sings,

steels his form straight up.

Though he is captive,

his mighty singing says,

satisfaction is a lowly thing,

how pure a thing is joy.

This is mortality,

this is eternity.

vertaling door Emma Reisel-Muller

 

 

 

 

Wat zijn jaren?

Zijn we onschuldig

zijn we schuldig

Allen zijn we onbeschermd

niemand is beschermd.

en waarvandaan komt moed?

de onbeantwoorde vraag

de zekere twijfel

sprakeloos roepend

doof luisterend

die bij tegenspoed

ja zelfs dood

anderen aanmoedigt

en hoewel verslagen

de ziel aanspoort sterk te zijn.

Hij doorziet en is blij

die sterfelijkheid aanvaardt

en erin gevangen

boven zichzelf uitrijst

zoals de zee in een afgrond

worstelend om vrij te zijn

en niet in staat dat te zijn

door zich over te geven

zichzelf gaande houdende

zo doet ook hij

met hevige gevoelens.

Zelfs de vogel,

groter wordt hij als hij zingt

richt zich meer en meer op

al is hij gekooid

maar zijn geweldig geluid beduidt:

tevreden zijn betekent niets

hoe puur toch is geluk

dat is sterfelijkheid

dat is eeuwigheid.